Binnen Koninklijke ERU gelden de volgende ARBO- en milieuregels
Algemeen
Het doel van dit ARBO- en milieureglement is om bezoekers, tijdelijke krachten en derden te informeren over geldende voorschriften. U bent zelf verantwoordelijk na te gaan of er wellicht voor zijn specifieke situatie nog meer of andere voorschriften van toepassing zijn.
- Brand en (milieu)ongevallen
Weet, voordat het werk begint, waar de dichtstbijzijnde brandblusmiddelen en nooduitgangen zijn en hoe ze werken. Stel u op de hoogte van de brandmeld- en ontruimingsprocedure. Meld brand, persoonlijke- of milieu-ongevallen aan de BHV, intern telefoonnummer 499
- Hulpmiddelen en materialen
Zorg ervoor dat de meegebrachte gereedschappen, machines en eventuele vervoermiddelen deugdelijk zijn en aan de voorschriften voldoen; u bent hiervoor verantwoordelijk. Laat deze alleen achter op de werkplek met toestemming van de contactpersoon. Het achterlaten van deze hulpmiddelen geschiedt voor eigen risico. Ruim de werkplek op aan het einde van de werkdag. Het is niet toegestaan om apparatuur op te laden in productie ruimten met open product.
- Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen:
- daar waar dit is aangegeven.
- daar waar de werkzaamheden dit vereisen, of de contactpersoon dit verlangt.
- Maak gebruik van daarvoor bestemde trappen. Klim nooit op machines etc.
- Wanneer je werkzaamheden moet verrichten of iets pakken in een machine, zet je deze stil. Steek nooit je hand in een machine.
Geluidshinder
- Vermijd voor de omgeving hinderlijke activiteiten op het buitenterrein.
- Vermijd het buiten uitvoeren van herstelwerkzaamheden aan materieel,.
- Vermijd laad- en losactiviteiten buiten het terrein van de inrichting.
- Vermijd het met draaiende motor laden en lossen (tenzij echt nodig).
- Geen laad- en losactiviteiten s avonds of s nachts* (tussen 19.00h en 7.00h ) en op zon- en feestdagen.
- Zet radio’s buiten uit.
Gevaarlijke (milieu) stoffen
- Zorg dat verontreinigd water niet in de bodem en/of in het openbaar riool terechtkomt, spreek met u contactpersoon af hoe op te staal.
- Lees voor gebruik altijd de gebruiksaanwijzing.
- Gebruik gevaarlijke stoffen en/of reinigingsmiddelen alleen waarvoor ze bedoeld zijn.
- In productie mag alleen een dag voorraad aanwezig zijn.
- Indien er lekkage van gevaarlijke stoffen, reinigingsmiddelen of smeermiddelen is geweest. Altijd absorptiekorrels gebruiken, of gebruikmaken van absorptiematten. Gebruikt absorptiemateriaal in overleg met de contactpersoon afvoeren.
- Gevaarlijke (milieu) stoffen nooit via de spoelgoten of riool afvoeren.
- Houd de locatie schoon en ordelijk. Maak met de contactpersoon afspraken over wat te doen met vrijkomend afval. Zonder nadere afspraak dient u de vrijgekomen afval zelf weer mee te nemen.
- Afval dient altijd op de juiste wijze te worden gescheiden en in de daarvoor bestemde bakken te worden gedeponeerd.
Afvalstromen:
- Aluminium, papier en glas wordt apart opgeslagen van overige afval, zie INS 4.10.1 voor kleurcode containers. Door de TD wordt ijzer en hout ook apart opgeslagen en afgevoerd. Bij het ontstaan van afvalstromen, graag met uw contactpersoon of leidinggevende de afvoer bespreken.
- Op kantoor papierafval verzamelen in witte bakken en legen in de blauwe papier containers.
- Beperk papiergebruik door zo weinig mogelijk te printen.
- Lege batterijen worden gescheiden ingezameld, bij de TD staat een speciaal daarvoor bestemde emmer.
- Elektrische apparaten worden apart ingezameld en afgevoerd naar de milieustraat van de gemeente. Verzamelpunt via TD.
- Het is verplicht om afval in de afvalemmers te deponeren zowel in het pand als buiten het pand
- Resten van sigaretten niet op straat gooien, maar alleen in de daarvoor bestemde (zelfdovende) afvalbakken deponeren.
Beperking energieverbruik:
- Licht uit in ruimtes die niet gebruikt worden (toilet, opslagruimtes, vergaderzalen etc.).
- Geen kranen onnodig laten lopen.
- Indien apparaten in de kantine niet gebruikt worden de stekker uit het stopcontact halen.
- Machines die niet gebruikt worden, indien mogelijk, uitzetten.
Bijzonderheden en afwijkingen altijd direct melden aan de contactpersoon/leidinggevende.Binnen Koninklijke ERU gelden de volgende ARBO- en milieuregels
Algemeen
Het doel van dit ARBO- en milieureglement is om bezoekers, tijdelijke krachten en derden te informeren over geldende voorschriften. U bent zelf verantwoordelijk na te gaan of er wellicht voor zijn specifieke situatie nog meer of andere voorschriften van toepassing zijn.
- Brand en (milieu)ongevallen
Weet, voordat het werk begint, waar de dichtstbijzijnde brandblusmiddelen en nooduitgangen zijn en hoe ze werken. Stel u op de hoogte van de brandmeld- en ontruimingsprocedure. Meld brand, persoonlijke- of milieu-ongevallen aan de BHV, intern telefoonnummer 499
- Hulpmiddelen en materialen
Zorg ervoor dat de meegebrachte gereedschappen, machines en eventuele vervoermiddelen deugdelijk zijn en aan de voorschriften voldoen; u bent hiervoor verantwoordelijk. Laat deze alleen achter op de werkplek met toestemming van de contactpersoon. Het achterlaten van deze hulpmiddelen geschiedt voor eigen risico. Ruim de werkplek op aan het einde van de werkdag. Het is niet toegestaan om apparatuur op te laden in productie ruimten met open product.
- Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen:
- daar waar dit is aangegeven.
- daar waar de werkzaamheden dit vereisen, of de contactpersoon dit verlangt.
- Maak gebruik van daarvoor bestemde trappen. Klim nooit op machines etc.
- Wanneer je werkzaamheden moet verrichten of iets pakken in een machine, zet je deze stil. Steek nooit je hand in een machine.
Geluidshinder
- Vermijd voor de omgeving hinderlijke activiteiten op het buitenterrein.
- Vermijd het buiten uitvoeren van herstelwerkzaamheden aan materieel,.
- Vermijd laad- en losactiviteiten buiten het terrein van de inrichting.
- Vermijd het met draaiende motor laden en lossen (tenzij echt nodig).
- Geen laad- en losactiviteiten s avonds of s nachts* (tussen 19.00h en 7.00h ) en op zon- en feestdagen.
- Zet radio’s buiten uit.
Gevaarlijke (milieu) stoffen
- Zorg dat verontreinigd water niet in de bodem en/of in het openbaar riool terechtkomt, spreek met u contactpersoon af hoe op te staal.
- Lees voor gebruik altijd de gebruiksaanwijzing.
- Gebruik gevaarlijke stoffen en/of reinigingsmiddelen alleen waarvoor ze bedoeld zijn.
- In productie mag alleen een dag voorraad aanwezig zijn.
- Indien er lekkage van gevaarlijke stoffen, reinigingsmiddelen of smeermiddelen is geweest. Altijd absorptiekorrels gebruiken, of gebruikmaken van absorptiematten. Gebruikt absorptiemateriaal in overleg met de contactpersoon afvoeren.
- Gevaarlijke (milieu) stoffen nooit via de spoelgoten of riool afvoeren.
- Houd de locatie schoon en ordelijk. Maak met de contactpersoon afspraken over wat te doen met vrijkomend afval. Zonder nadere afspraak dient u de vrijgekomen afval zelf weer mee te nemen.
- Afval dient altijd op de juiste wijze te worden gescheiden en in de daarvoor bestemde bakken te worden gedeponeerd.
Afvalstromen:
- Aluminium, papier en glas wordt apart opgeslagen van overige afval, zie INS 4.10.1 voor kleurcode containers. Door de TD wordt ijzer en hout ook apart opgeslagen en afgevoerd. Bij het ontstaan van afvalstromen, graag met uw contactpersoon of leidinggevende de afvoer bespreken.
- Op kantoor papierafval verzamelen in witte bakken en legen in de blauwe papier containers.
- Beperk papiergebruik door zo weinig mogelijk te printen.
- Lege batterijen worden gescheiden ingezameld, bij de TD staat een speciaal daarvoor bestemde emmer.
- Elektrische apparaten worden apart ingezameld en afgevoerd naar de milieustraat van de gemeente. Verzamelpunt via TD.
- Het is verplicht om afval in de afvalemmers te deponeren zowel in het pand als buiten het pand
- Resten van sigaretten niet op straat gooien, maar alleen in de daarvoor bestemde (zelfdovende) afvalbakken deponeren.
Beperking energieverbruik:
- Licht uit in ruimtes die niet gebruikt worden (toilet, opslagruimtes, vergaderzalen etc.).
- Geen kranen onnodig laten lopen.
- Indien apparaten in de kantine niet gebruikt worden de stekker uit het stopcontact halen.
- Machines die niet gebruikt worden, indien mogelijk, uitzetten.
Bijzonderheden en afwijkingen altijd direct melden aan de contactpersoon/leidinggevende.